Moederdag op Park Sancta Maria in Noordwijkerhout

IMG_20180513_141339

Alle werkelijke leven is ontmoeting (Martin Buber)

Voor de derde keer dit jaar logeer ik in één van de zeven enorme dertiger jaren “Paulus” herenhuizen op het Park Sancta Maria in Noordwijkerhout.
Met zijn uitspringende middenpartij en karakteristieke hoekgebouwen lijkt het oude paviljoen net een paleis. Het uitgestrekte boomrijke park er omheen een paradijselijke oase van rust. Samen met mijn man geniet ik in de lentezon van de positieve, liefdevolle sfeer in en rondom ons. Deze wordt nog verhoogd als we twee vrouwelijke damherten spotten die helemaal niet bang voor ons lijken te zijn.

IMG_20180511_160521

Als we weer bijna op ons logeeradres zijn aangekomen loopt ons een echtpaar van een jaar of zeventig tegemoet. De vrouw kijkt me aan en zegt ineens vanuit het niets : “Wat wordt hier veel gebouwd hè mevrouw?” “Ja inderdaad” antwoord ik “vroeger was dit het terrein van een rooms-katholiek psychiatrisch ziekenhuis voor vrouwen, maar de vroegere paviljoens worden stuk voor stuk omgetoverd tot luxe woonhuizen”.

noordwijkerhout theresiapaviljoen
Terwijl ik dat zeg krijg ik het ineens steenkoud en lijkt het alsof een wolk vol zware energieën zoals schuld, schaamte, woede, miskenning, rusteloosheid, angst, eenzaamheid etc. etc. me wil bedelven. Toen mijn man en ik onlangs foto’s wilden maken van een paviljoen in oude staat wilde ik vrijwel meteen weer weg. Ook daar liepen me de rillingen over de rug. En dat terwijl de reeds verbouwde woonhuizen juist heel licht en aangenaam aanvoelen.

IMG_20180512_151041

IMG_20180512_151550

IMG_20180512_152219
“Ik weet het” zegt de vrouw “mijn moeder is hier jarenlang verpleegd en in 2001 overleden.”
“En u bent op Sancta Maria nu vandaag op moederdag. Ligt ze hier ook op het kerkhofje begraven?”

IMG_20180428_150219
“Nee” zegt de vrouw “ze ligt op een gewoon kerkhof in Noordwijk. Gelukkig niet hier tussen al die ongelukkigen en de zogenaamde Zusters van Liefde.

IMG_20180428_145947

IMG_20180428_150141

Dan had ik me helemaal schuldig gevoeld. En ik voel me al zo schuldig omdat ik haar niet volledig zelf kon verzorgen maar alleen maar af en toe een weekend ophaalde naar ons huis in Den Haag. ”
Ik voel me misselijk worden. “Schuldgevoel is puur vergif en volkomen onnodig” zeg ik zacht en heftig tegelijkertijd. “Stel dat uw moeder zich nu, zelfs na haar dood, nog steeds schuldig zou voelen omdat ze er niet voor u kon zijn en nog vol angst en woede en schaamte zit omdat ze zo lang in een psychiatrische kliniek moest verblijven, zou u dat willen? Dat ze zich zo zou voelen?“
De vrouw zegt niets, pakt mijn beide handen en begint te huilen. Ook bij mij gaan van de weeromstuit de tranen vloeien. Het blijken verlossende tranen, want de verstikkende, misselijk makende zwarte wolk verdwijnt in het gras onder mijn voeten. “Iedere moeder zou zich een liefdevolle, betrokken dochter wensen zoals u bent. Wat is uw moeder trots op u” zeg ik tegen haar. Beide echtgenoten staan verbouwereerd toe te kijken. Ik geef haar nog een kneepje in haar hand en dan gaan we alle vier weer ons weegs. “Nou, dat heb jij weer” zegt mijn man droog.

RKZ

Het “toeval” wil, dat ik precies 42 jaar geleden ook gebouw Paulus bezocht, waar de meest “rustige” psychiatrische vrouwen van Sancta Maria gehuisvest werden.                  Ik volgde destijds de in-service opleiding tot A-verpleegkundige in het R.K.Z. in Hilver-sum en had net de pre-klinische periode van drie maanden achter de rug. Daarna gingen we met de hele opleidingsgroep een midweek naar vormingscentrum “De Vonk” in Noordwijkerhout. Bijna iedereen reisde er naar toe per openbaar vervoer, maar een klein groepje van acht, waaronder ik, had tandems gehuurd en fietste ’s morgens heel vroeg van Hilversum naar Noordwijkerhout, waar we tot grote verbazing van iedereen ruimschoots op tijd arriveerden.

Geheel in de tijdgeest van de zeventiger jaren mochten we zelf het programma samenstellen. In die tijd was de film “one flew over the cuckoo’s nest”, met Jack Nicholson in de hoofdrol, een enorme hype, en daarom leek het ons erg leerzaam om persoonlijk het leven binnen de muren van een psychiatrisch ziekenhuis te ervaren.
Dat bleek echter helemaal niet zo eenvoudig. Maar uiteindelijk kregen we toestemming  om een middag langs te komen. Uiteindelijk fietsten we op een zonovergoten meidag in een groepje van vier met elkaar bevriende leerling-verpleegkundigen van De Vonk naar Sancta Maria.

Destijds was er weinig bekend over hoogsensitiviteit en alle mogelijke energieën liet ik toen nog ongefilterd bij me naar binnen denderen. Dat was al lastig te hanteren in het honderd jaar oude Hilversumse ziekenhuis waar ik werkte, maar sloeg me bijna knock-out op het terrein van Sancta Maria. In gebouw Paulus mochten we assisteren bij de bezigheidstherapie voor de “rustige” vrouwelijke patiënten. Alles bleek er te verlopen volgens vastgelegde structuren en zowel de patiënten als de verpleegkundigen leken doodsbang te zijn voor de hoofdzusters, allemaal nonnen.
Zelf ben ik opgegroeid op Urk, een protestants-christelijk bolwerk, dus rooms-katholieke gebruiken en nonnen waren voor mij net zo exotisch als bijvoorbeeld het hindoeïsme.
Ik heb een zacht en gevoelig karakter, maar ben ook autonoom, proactief, zelfbewust en bovendien wars van angst voor welke “autoriteit” dan ook.
Onbekommerd ging ik dus meteen naast een jonge patiënte zitten tot wie ik me sterk voelde aangetrokken. Ze was bezig om een kleurplaat in te kleuren, maar op de rand ervan had ze een aantal letters gekalligrafeerd. “Heee, ik kalligrafeer ook heel graag” riep ik verrast uit en vertelde haar dat ik in 1973, toen de L.P. “Berlin” van Lou Reed verscheen, wekenlang heb geoefend om de teksten, geschreven in zwierig handschrift op de binnenhoes, precies zo na te kunnen maken.

“How do you think it feels
And when do you think it stops

How do you think it feels
When you’ve been up for five days, come down here mama
Hunting around always, ooh
‘Cause you’re afraid of sleeping

How do you think it feels
To feel like a wolf and foxy
How do you think it feels

To always make love by proxy, huh
How do you think it feels
And when do you think it stops
When do you think it stops” antwoordt het meisje zachtjes.

Ik herken de tekst. Afkomstig van de L.P. Berlin. “How do you think it feels” herhaal ik. Even is er een moment van wederzijdse sterke verbondenheid, hoewel ik zelf geen idee heb hoe het voelt om als volwassen vrouw van angst niet te durven slapen. Ik zie een non boos naar ons kijken.
“Ik moet gauw een ander onderwerp aansnijden” flitst het door mijn hoofd en benoem plompverloren het eerste wat in me opkomt: “Misschien hebben wij in een vorig leven wel samen boeken en bijbels gekalligrafeerd”.
De patiënte kleurt schijnbaar onverstoorbaar verder, onderwijl de tekst van “the bed” reciterend:

“And this is the place where she cut her wrists
That odd and fateful night
And I say, oh, oh, oh, oh, oh, oh, what a feeling

This is the place where we used to live
I paid for it with love and blood
And these are the boxes that she kept on the shelf
Filled with her poetry and stuff

And this is the room where she took the razor
And cut her wrists that strange and fateful night”

IMG_20180508_112502

Uitgeknipte miniatuur uit een rijk gedecoreerde Bijbel. Waarschijnlijk werd het handschrift vervaardigd voor een vrouwenklooster, want in veel van de illustraties speelt een vrouw de hoofdrol. Op bovenstaand miniatuur Judith, die in aanwezigheid van een gevleugelde draak op het punt staat om het hoofd van generaal Holofernes af te hakken.

“Toevallig” moest ik vorige week ineens aan deze patiënte denken tijdens de expositie “Magische Miniaturen” in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Daar ontdekte ik een voorbeeld van “nonnenkunst”, namelijk de afbeelding van het leven van de heilige Barbara in het Nederlands. Het boek is gekopieerd en verlucht door nonnen in het klooster Mariënwater in Rosmalen. In de marge van dit boek voltrekt zich een horrorscenario. Afgehakte hoofden vliegen door de lucht. De heilige Juliana wordt vermoord omdat ze christen is geworden. Barbara wacht hetzelfde lot.

Even verderop ligt “de grauwe zuster”, een gebedenboek in het Nederlands. De kopiist van dit boek houdt geen ruimte vrij voor miniaturen of initialen. Maar in de marge is nog plek. Hier staan de voorwerpen die centraal staan in de tekst, een gebed over de lijdens- werktuigen van Jezus, die is afgebeeld aan het kruis. Aan de voet van het kruis zit een biddende zuster met een witte kap en grauwe pij, kleding die bij de Derde Orde van Sint-Franciscus hoort. Mogelijk dat dit handschrift is gemaakt en gebruikt door grauwzusters in het grauw zusterconvent Sint-Annadal in Diest.

Misschien voelde de patiënte van toen zich als een dienstbare, onderdanige, grauwe zuster, ingesnoerd in grauwe pij, gedoemd om haar leven lang eindeloos reeds bestaande teksten te kopiëren, terwijl ze wist dat ze bedoeld was als creatieve paradijsvogel met duizend kleuren op haar palet. Geen wonder dat je dan een scheermes ter hand neemt.

Toen we weer richting De Vonk wilden fietsen liep een verpleegkundige van onze leeftijd een stukje met ons mee. Spontaan zei ik haar dat ik knettergek zou worden als ik daar zou moeten werken. Dat je vrouwen die overduidelijk heel begaafd en intelligent zijn af moet schepen met een kleurplaat. Ik zou daar heel opstandig van worden.
Op dat moment dacht ik in mijn onnozelheid nog dat dit het ergste was wat je als patiënte kon overkomen en de gebeurtenissen in “one flew over the cuckoo’s nest” sterk uitvergroot voor de film.
Maar toen bekende de verpleegkundige dat ze zelf veel moeite had met het feit dat de vrouwelijke patiënten bij het minste of geringste werden gestraft. Bijvoorbeeld door dagenlange eenzame opsluiting in een isoleercel, of door braakmiddelen toe te dienen terwijl ze tegelijkertijd vastgesnoerd lagen onder een spanlaken. En na heftige elektroshocks werden ze volkomen aan hun lot overgelaten. “Hier verblijven verschillende vrouwen die heel begaafd zijn. Zowel artistiek als intellectueel. Maar te gevoelig en angstig voor buiten in de maatschappij”. Stiekem gaf ze deze vrouwen als schrale troost in de isoleer soms een mooie kaart met zonnebloemen. En terwijl de leerlingen in het R.K.Z. onderling veel contact met elkaar hadden en veel samen ondernamen, zoals met hele groepen naar een discotheek of het strand in Zandvoort, bleken op Sancta Maria de medewerkers van bijvoorbeeld gebouw Anna totaal geen contacten te onderhouden met die van Paulus of van Theresia. Alle paviljoens vormden gesloten bolwerken op zich.

Ik raakte helemaal in shock. Realiseerde me ineens hoe het geringe gevoel van eigenwaarde van deze kwetsbare vrouwen door de meedogenloze behandelingen nog verder afbrokkelde en hoe diepe angsten alleen maar werden aangewakkerd in plaats van verdwenen. Geen wonder dat je dan te angstig bent om te gaan slapen. Om nog maar niet te spreken over hun eenzaamheid. Want ook nog in de jaren zeventig was er veel schaamte over familieleden die thuis niet meer te “hanteren” waren en dus al dan niet vrijwillig in psychiatrische inrichtingen werden opgenomen. De patiënten in Sancta Maria kregen als gevolg daarvan weinig tot geen bezoek. Men vond dat beter voor de patiënten, omdat ze anders misschien nog onrustiger zouden worden en bovendien lag het terrein van Sancta Maria behoorlijk afgelegen.
Volkomen aan hun lot overgelaten stierven veel vrouwen uiteindelijk moederziel alleen. Hoe werden ze begeleid tijdens hun stervensproces en begrafenis? Wie sprak er troostrijke woorden? Wie zong er een lied? Wie herinnerde zich hun naam?

Teruggekomen in De Vonk gingen we in de zonnige tuin gitaarspelen, dansen en zingen, maar ik bleef in de greep van die onrustige, zware Sancta Maria energie. Pas toen we ’s avonds met een hele groep naar het strand gingen en rond het kampvuur lagen te kletsen en te zingen, voelde ik hoe de knoedel in mijn maag verdween, het zand de negatieve energie absorbeerde en ik weer steeds meer mezelf werd.

Nu ik dit schrijf ervaar ik het bovenstaande als een treffend voorbeeld van de weg naar binnen. Steeds dieper en sterker wordt mijn vertrouwen dat alleen al het hier op aarde aanwezig zijn meer dan voldoende is.

Gustav Klimt

“When winter comes to a woman’s soul, she withdraws into her inner self, her deepest spaces. She refuses all connection, refutes all arguments that she should engage in the world. She may say she is resting, but she is more than resting: She is creating a new universe within herself, examining and breaking old patterns, destroying what should not be revived, feeding in secret what needs to thrive.
Winter women are those who bring into the next cycle what should be saved. They are the deep conservators of knowledge and power. Not for nothing did ancient peoples honour the grandmother. In her calm deliberateness, she winters over our truth, she freezes out false-heartedness.

Look into her eyes, this winter woman. In their gray spaciousness you can see the future. Look out of your own winter eyes. You too can see the future.”

( –Patricia Monaghan, Seasons of the Witch-)

Een gedachte over “Moederdag op Park Sancta Maria in Noordwijkerhout

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s